Bezwaar indienen tegen weigering

Termijn

De termijn voor het indienen van argumenten tegen de voorlopige weigering bedraagt maximaal zes maanden. In eerste instantie wordt een termijn van drie maanden gesteld. Deze termijn wordt eenmaal ambtshalve met een maand verlengd en kan verder op verzoek worden verlengd tot de maximale termijn van zes maanden. Na afloop van de bezwaartermijn neemt BOIP op basis van alle feiten en omstandigheden die hem tijdig ter kennis zijn gebracht een definitieve beslissing.

Door wie?

Bezwaar tegen een voorlopige weigering kan worden gemaakt door de deposant zelf of door een vertegenwoordiger (gemachtigde). Deze laatste wordt verondersteld door de deposant gemachtigd te zijn en hoeft dus in beginsel geen volmacht over te leggen. Voor een beroep tegen een definitieve weigering (artikel 2.12 BVIE) gelden de regels van nationaal procesrecht en is procesvertegenwoordiging dus verplicht.

Argumenten

Wanneer bezwaar wordt gemaakt tegen een voorlopige weigering, is het van belang om alle argumenten tijdig binnen de bezwaartermijn aan te voeren. Na afloop van deze termijn kan dit immers niet meer.


Waren en diensten

BOIP toetst aan de hand van de waren of diensten waarvoor het depot is verricht en kan een weigering tot bepaalde waren of diensten beperken. In dat geval wordt een gedeeltelijke weigering uitgesproken.

Wij hoeven echter niet waar voor waar of dienst voor dienst te argumenteren waarom een depot wordt geweigerd. Indien BOIP van oordeel is dat een weigeringsgrond voor een gehele categorie of klasse van waren of diensten van toepassing is, kan het volstaan met een globale motivering voor die categorie of klasse.

BOIP vestigt in dit verband de aandacht op het feit dat een depot (onder meer) wordt geweigerd indien het teken kan dienen tot aanduiding van kenmerken van de aangeduide waren of diensten. Het daadwerkelijk gebruik van het teken staat daarvan in beginsel los. Een weigering kan in sommige gevallen worden voorkomen door kritisch te kijken naar de lijst van waren of diensten waarvoor het depot wordt verricht. Een dergelijke kritische houding kan overigens ook de kans op opposities verkleinen.

Naar Richtlijnen weigering


Eigen merites

De toetsing van depots geschiedt aan de hand van het toepasselijk recht. Daarbij wordt ieder depot op zijn eigen merites beoordeeld. De weigering of aanvaarding door BOIP, een buitenlandse registrerende instantie of het EUIPO, van vergelijkbare of zelfs identieke depots speelt bij deze beoordeling geen rol. Algemene rechtsbeginselen, zoals deze bekend zijn uit het bestuursrecht, hebben niet tot gevolg dat BOIP een teken dient te aanvaarden indien eenzelfde of vergelijkbaar teken reeds werd aanvaard, door welke instantie dan ook.

Naar Richtlijnen weigering


Inburgering

Indien een teken op zich geen onderscheidend vermogen heeft, kan het dit verkrijgen door gebruik, het proces van inburgering. Om inburgering te bewijzen moet worden aangetoond dat het teken, als gevolg van het gebruik dat er van is gemaakt, inmiddels door het in aanmerking komend publiek als merk ter onderscheiding van de waren of diensten van deposant wordt opgevat. Het is aan deposant of diens gemachtigde om dit aan te tonen. Daartoe kunnen stukken worden overgelegd met betrekking tot onder andere het marktaandeel van het merk, de intensiteit, de geografische spreiding en de duur van het gebruik van dit merk, de hoogte van de reclamekosten van de onderneming voor het merk, het percentage van de betrokken kringen dat de waar of dienst op basis van het merk als afkomstig van een bepaalde onderneming identificeert, alsmede de verklaringen van de kamers van koophandel en industrie of van andere beroepsverenigingen. Eventueel kan worden besloten een opinieonderzoek in te dienen.

Inburgering kan alleen de onder 2.11, lid 1, sub b, c en d BVIE bedoelde weigeringsgronden opheffen. Dit kan niet bij de specifieke uitsluitingsgronden voor vormmerken zoals bedoeld in artikel 2.1, lid 2, BVIE.

Naar Richtlijnen weigering